tel. 0252 24 23 22
Voorpagina

Beroepscompetentieprofielen

De hieronder genoemde beroepscompetentie profielen zijn goedgekeurd door de sociale partners in de carrosseriebranche.

Een beroepscompetentieprofiel (BCP) bevat de volgende onderdelen:

Algemene Informatie: een beschrijving van de brondocumenten die gebruikt zijn en de beroeps- of functienamen die onder het BCP vallen.

Beroepsbeschrijving: hierin staat een herkenbare beschrijving van het beroep aan de hand van een aantal vaste begrippen zoals beroepscontext, werkzaamheden, rol en verantwoordelijkheden, de complexiteit, typerende beroepshouding van de beroepsbeoefenaar. Ook worden de trends en innovaties omschreven binnen de (veranderende) markt waarin de beroepsbeoefenaar werkt.

Kerntaken: kerntaken geven de essentie aan van wat een beroepsbeoefenaar doet. Het zijn kenmerkende en betekenisvolle onderdelen van een beroep. Elke kerntaak wordt beschreven aan de hand van vaste punten (proces, rol en verantwoordelijkheden, complexiteit, betrokkenen, hulpmiddelen, kwaliteit van proces en resultaat, keuzes en dilemma’s). Dit is een hulpmiddel voor het opstellen van de beroepscompetenties.

Kernopgaven: kernopgaven zijn de kritische beroepssituaties, waarbij sprake is van keuzes, dilemma’s, spanningsvelden, problemen en/of kansen. Met deze kernopgaven komt een beroepsbeoefenaar regelmatig in aanraking en ze zijn kenmerkend voor het beroep. Van de beroepsbeoefenaar wordt hierbij een aanpak en een oplossing verwacht. Ze geven ook de afbreukrisico’s weer. Kernopgaven verwijzen naar meerdere kerntaken. Ook hieruit kunnen beroepscompetenties worden afgeleid.

Competentiematrix: hierin heeft u een overzicht en kunt u snel zien welke beroepscompetenties horen bij welke kerntaak en kernopgave.

Beroepscompetenties: een opsomming van de competenties van een vakvolwassen beroepsbeoefenaar waarmee hij beroepsrelevante taken en opgaven aankan. Het veronderstelt de aanwezigheid van onderling samenhangende competentie-elementen zoals: kennis, vaardigheden, houding, inzicht en/of persoonlijke eigenschappen (ook als dat in de formulering niet tot uitdrukking komt). Bij een uiteindelijke vertaling naar lesprogramma’s door scholen zal men aangeven wat leerlingen moeten leren om een bepaalde competentie te kunnen ontwikkelen. Bij de beroepscompetenties wordt een code meegegeven: vakmatig-methodisch (VM), bestuurlijk-organisatorisch en strategisch (BOS), sociaal-communicatief (SC) en bijdragen aan ontwikkeling (ON).

Succescriteria: dit zijn de criteria waaraan te zien is of de beroepsbeoefenaar de competenties beheerst. Ze omschrijven het resultaat van een bepaalde vakmatige handeling/gedrag en het proces dat leidt tot dit resultaat en ze zijn onlosmakelijk verbonden aan de beroepscompetenties. Succescriteria geven aan wat het meest essentieel is en wat kritieke factoren zijn in de beroepsuitoefening